Evenementen


Klik hier voor alle evenementen


Fort VII


Je hebt Antwerpen en de rest is, zoals we allen weten, parking. Toch niet helemaal, want in 1860 was er een zekere kapitein Brialmont die dacht, zoiets moois moet verdedigd worden tegen de vijand, wie deze laatste ook moge zijn. In 1860 werd er gestart met het aanleggen van een fortengordel rond Antwerpen. Er werden acht bakstenen forten gebouwd en in 1864 waren ze ermee klaar. De bakstenen kwamen van wat verder (Boom en omstreken) zodat die nu met hun befaamde kleiputten zitten.
Om 9.40u was het verzamelen geblazen aan de Dojo. Blij om nog eens wat bekende en ook nieuwe gezichten tegen te komen, hieruit kan men afleiden dat de club Bujin goed bezig is. Met een dertigtal personen in totaal (aanwezigheden waren beperkt) begeven we ons naar het fort dat nu dienst doet als natuurreservaat.
Aan de ingang maken twee gidsen hun opwachting. Twee? Inderdaad, onze groep wordt spijtig genoeg gesplitst. Eén groep gaat de geschiedkundige toer op, de andere gaat de fauna en flora bewonderen. Na een pijnlijk afscheid, met hier en daar een traan, zetten beide groepen zich in beweging. We zullen elkaar twee uur moeten missen. Gelukkig staan de weergoden aan onze kant, als het een avondwandeling geweest was, waren zwemvliezen zeker niet overbodig, stevige stapschoenen voldeden.
De natuurliefhebbers zijn al weg, terwijl de andere groep nog eerst de nodige uitleg krijgt met data en wat er zoal geschiedde van 1864 tot nu. Het moet wel een raar zicht geweest zijn in het begin, want toen stonden er nergens bomen, kwestie van de vijand beter te zien aankomen. Huizen in steen waren ook uit den boze, er mocht enkel in hout gebouwd worden, die kon men vlugger afbreken (in de Doornstraat staat er nog zo'n houten huis). Van buitenaf kan je de gebouwen bijna niet zien, deze zijn een onderdeel geworden van de natuur.
Eerst en vooral moeten we de gracht oversteken, een brug leidt ons naar de inkom, gevolgd door een lange gang. Wat vooral opvalt is de dikte van de muren. Eens uit de gang kom je in een droge gracht (ik dacht dat alle grachten nat waren, niet dus) met een breedte van ca. 10 meter. Hier staan we voor het reduit. Dit is het laatste zelfstandige verdedigingswerk waar de soldaten zich kunnen verschansen als de rest ingenomen is.
Via een poort begeven we ons naar de binnenplaats. De gebouwen zijn meestal rond, zodat obussen geen grote vernielingen kunnen aanbrengen. De aarde uit de grachten werd gebruikt om op de gebouwen te leggen zodat de schade veroorzaakt door de inslag der obussen beperkt bleef. We zullen eens binnen gaan piepen. Het is hier een echte doolhof, trappen, gangen, slaap- en woonvertrekken voor de soldaten, zelfs een ontluizingskamertje, maar daar waren we allen vlug buiten toen we hoorden voor wat dit kamertje diende. Eén der vertrekken diende nog als filmlocatie voor het TV feuilleton Kapitein Zeppos.
We verlaten het reduit en begeven ons naar de caponnière, hier werd het geschut opgesteld om de fortgracht onder vuur te nemen. Onze tocht gaat verder naar het hoofdfrontgebouw. Hier bezoeken we de kazematten, ruimtes van een schietgat voorzien, waar de kanonnen stonden. Aan de andere kant was er een luchtschacht waar er een vuurtje onder brandde zodat de vrijgekomen gassen naar buiten konden. Via een kleine maar lange gang, (gelieve goed aan te sluiten vermits er maar enkele pillichten beschikbaar zijn) bereiken we de kruitkamer, met de nog originele houten vloer. Hier werden de houten tonnetjes met kruit van de ene naar de andere kant gerold, zo kon men horen of het kruit droog of nat was. Vermits het er pikdonker was, werd er in een nis een olielamp opgesteld, spiegels weerkaatsten het licht en de nis werd afgesloten met koperdraad (dit geeft namelijk geen vonken).
Zo, even tot 17 tellen of iedereen nog aanwezig is. Herman bleef regelmatig achter daar hij fotograaf van dienst was, maar we waren er op voorzien, Child Focus werd op voorhand verwittigd en we hadden de nodige foto's bij om aan de bomen op te hangen als hij verloren liep, gelukkig was het niet nodig. We hebben genoeg onder de grond gezeten, de tocht gaat nu naar boven, waar zich de geschutskoepels bevinden. De gangetjes erheen zijn niet al te breed, en nu weet ik waarom de vleermuizen hier hun winterslaap komen doen, het zit hier vol met muggen, dit is dus hun voorraadkamer. Regelmatig klinkt het van: "Opgepast voor het hoofd" (de plafonds zijn niet al te hoog). Oei, dat klonk hol, maar wie er zijn hoofd stootte blijft een goed bewaard geheim.
Via de caponnière aan de andere kant begeven we ons terug naar de ingang (die nu als uitgang dienst doet). Even nog meegeven dat we een mijnengang bezochten, een doodlopend gangetje waar men buskruit kon plaatsen en bij ontploffing ervan, de plafonds instortten, zodat de vijand geen gebruik kon maken van de gebouwen.
De andere helft van de groep staat ons al op te wachten, ze weten nu alles over de vogelpopulatie, planten, paddenstoelen (spijtig genoeg zonder kabouters) die het reservaat bewonen. Gelukkig dat we nog op tijd zijn want vanaf volgende week zijn er geen bezoeken meer, dan is het aan de vleermuizen om het fort te bezetten.
Nog goed om weten : in deze fortengordel werd er geen schot gelost. Vermits het geschut verder reikte in de loop der jaren, werd er een tweede fortengordel rond Antwerpen gelegd. In WOII werden de forten door de Duitsers gebruikt als munitiedepot. Dit ziet men aan de nieuwe bakstenen constructies waar zich liften bevonden om de bommen naar boven te brengen en te stockeren.
Normaal stopt het hier, doch dan kennen jullie Bujin nog niet, we begeven ons naar de Dojo waar we ons tegoed doen aan de nodige broodjes met beleg, croissants, koffiekoeken, koffie, thee en zelfs de nodige bubbels. Nog een woordje van dank voor de mensen die dit mogelijk gemaakt hebben, want het was weerom een tof initiatief. Tot de volgende maal.
Guy.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Judo Club BUJIN Wilrijk